Column

29 september 2011

"Schenk mij heden mijn dagelijks beeld"

Ik ben op weg om de avondkrant te kopen in het boekenpaleis dat in een hoek van het plein gebouwd is. De nieuwe stad heet 'Madrettor' sinds de meeste bewoners van de vroegere stad, de pioniers, deze ontvlucht hadden uit afkeer voor de veranderingen die zich stilaan, geleidelijk en onherroepelijk voltrokken. Met hun vertrek lieten ze allerhande artefacten achter; beelden waaraan zij ooit betekenis hechtten. Ik loop dagelijks over dit plein in Madrettor en kijk naar de gezichten van mijn nieuwe, mede-stadsbewoners. Het zijn veelal mediterrane, vaak oosterse of Afrikaanse gezichten; die van de mannen zijn als klassiek gebeeldhouwd, de gelaatstrekken van de vrouwen, ondanks hun soms frivole verschijning, doen me denken aan de Madonna’s op schilderijen uit de Renaissance. Hun komst naar de vroegere stad, dat herinner ik me, schiep de nieuwe naam: Madrettor. Temidden van duizenden andere bewoners van deze stad bevind ik me in een stad die de laatste jaren snel een nieuwe vorm aanneemt. Hoge gebouwen omsluiten het plein dat me doet denken aan de binnenplaats van een kasteel. Op het midden van het plein is ooit een sculptuur geplaatst die bestaat uit twee grote metalen platen die weerszijden aan een metalen mast gemonteerd zijn die door de wind bewogen om een as draaien. Het beeld doet me denken aan de vleugels die door een engel zijn achtergelaten. Een engel trok haar hemels kostuum uit en werd mens. Twee enorme panelen roteren dreigend boven ons, misschien zijn het de stenen tafelen van Mozes waarop omineuze wetteksten staan gegraveerd. Of zijn het de vleugels van de hoop die angstig fladderen: "Schenk mij heden mijn dagelijks beeld"?

En weer loop ik op een warme voorjaarsavond over een plein in de richting van het boekenpaleis van Madrettor om een boek te kopen.
De titel van dit boek is ontleend aan een zinsnede uit een gedicht van de dichter Rainer Maria Rilke. "Verander van richting, sla een andere koers in, vindt betekenis". Intussen zijn de wereld en daarmee de stad al veranderd: de oorspronkelijke naam van de stad wordt nu omgekeerd uitgesproken en alle ideeën en opvattingen die werden vereeuwigd in de beelden die langs straten en bij gebouwen geplaatst werden, zingen zich in andere toonsoorten los uit de liturgieën van dogma’s die decennia onwrikbaar gegrondvest waren. Steeds sneller lossen ze op in de zilte luchtstroom van de verandering die in een hogere atmosfeer begint en die geleidelijk aan naar lagere regionen trekt. Wij allen worden geraakt en gevormd door nieuwe condities; wij, de mensen uit Madrettor; wij, stedelingen, kosmopolieten. De mensen uit de vroegere stad konden of wilden deze condities niet verdragen en verlieten de stad waarin zij opgroeiden. Het zijn de achtergebleven artefacten die schakels blijken tussen de periode van verwachtingen en opbouw en het eerste moment in de nieuwe tijd waarin de poorten naar de wereld geopend werden. In daaropvolgende jaren nam de wereld een gedaante aan die ons even vaak verleidde, als ons angstig maakte. De schaduwkant van schoonheid immers, de engel, is de verschrikking. En iedere dag loop ik over dat plein in die nieuwe stad, kijkend naar dat beeld van een engel en ik weet dat het leven mij verandert zonder opdracht, dat het niet de dogma’s zijn die aan de dingen betekenis schenken, maar dat het beelden zijn die op de tast uit zichzelf ontstaan.

Sonia Rijnhout